Daar loop je dan, met een gigantische niet-ophoudende bloedneus van al dat hooikoortsgesnuif, je fiets tegenhoudend met je ellebogen, met je ene hand een sjaal tegen je gezicht duwend, in je andere hand een doos appeltaart, je viool op je rug en een tas aan je schouder, terwijl iedereen vraagt of het wel gaat en ze maar niet willen snappen dat je gewoon naar huis wil.